


- door Harry Cremers
Wat een boeiende term. Ik las hem afgelopen maandag, 22 juni, weer in de Volkskrant in het artikel over ROC leiden. Veertig miljoen euro kost de redding, maar een faillissement gaat honderdvijftig miljoen kosten. Negenduizend leerlingen worden de dupe; ze moeten geabsorbeerd worden door omliggende scholen, die niet berekend zijn op deze aantallen. Too big to fail!
De term hebben we voor het eerst gehoord toen onze banken dreigden om te vallen. De megaconcentraties van banken, verzekeraars, maar ook de fusies en overnames binnen de maakindustrie en binnen nutsbedrijven, hebben molochs gecreëerd.
In zijn boek ‘Uit balans’ beschrijft Jaap van Duijn hoe de Nederlandse economie sinds het begin van de crisis alleen maar verder van het pad geraakt is. Schaalvergroting is een van de componenten die daar, wereldwijd, aan bijgedragen heeft. Of het nu bier, verf, geneesmiddelen, ijs, vliegtuigen, computers, of bananen betreft, deze molochs lijken het contact met hun oorsprong - de reden en rechtvaardiging van hun bestaan – te zijn kwijtgeraakt. Het hele simpele plaatje is dat ze worden bestuurd door zetbazen die als primaire opdracht hebben het geld van de aandeelhouders te vermeerderen, en die daar rijkelijk voor worden beloond. Verdiende een CEO in Nederland in 1991 ongeveer 20 maal zoveel als de gemiddelde werknemer in Nederland, in 2007 was dat 90 maal zoveel. De crisis heeft daar enige correctie in aangebracht, maar inmiddels is het weer opgelopen tot 75 maal het gemiddelde.
Van Duijn schetst een ontluisterend beeld van de ontwikkelingen die tot de huidige situatie geleid hebben. Het gaat daarbij niet om de schuldvraag, het gaat om het vaststellen van die trends die ons gebracht hebben waar we nu staan. Wat benauwend is, is dat hij aangeeft dat een paar belangrijke parameters van vóór de crisis ondanks alle bewustwording alleen maar verslechterd zijn. Een voorbeeld is de verhouding tussen de lonen bij de banken en het gemiddelde loonniveau in Nederland: dit is groter dan voor de crisis. Het beeld dat ontstaat is dat een crisis blijkbaar in twee rondes voorbij moet komen. Eenmaal de ronde die tot bewustwording leidt, er wordt dan veel geconstateerd en nog meer gepraat. Het blijft echter merendeels bij lippendienst. Dit is niet genoeg om de fundamentele verandering te brengen en het is de opmaat voor de tweede crisis. Deze brengt de transitie.
Er zijn aanwijzingen dat dit nu ook gaande is. Er wordt gesproken over herstel van de economie, terwijl zowel bedrijven, als overheden, als particulieren er slechter voorstaan dan voor de crisis. Is dit het interbellum, de relatieve stilte tussen de twee crisissen? De winsten van nu lijken nog steeds belangrijker dan de resultaten van morgen. In een economie die slechts geregeerd wordt door korte termijn financiële prestatie – de heilige kwartaalcijfers – gaat de sociale cohesie verloren. Een cultuur, een samenleving zonder sociale cohesie loopt vast. Hebben we echt nog een verslechtering nodig, voordat we de transitie naar een duurzame economie maken?
Als er iets too big to fail is, dan zijn het niet onze banken, onze verzekeraars, of onze bedrijven, dan is het een samenleving van zeven miljard wereldburgers op één kleine planeet in een onleefbare kosmos. Too big to fail is geen excuus om door te gaan op de ingeslagen weg terwijl je weet dat die heilloos is. Het is een uitnodiging aan leiders om verder te gaan dan het een-dimensionele model van korte termijn financieel gewin, verder dan een economie die daardoor bepaald wordt. ‘With great power comes great responsibility,’ zei Voltaire al. We hebben leiders nodig die deze verantwoordelijkheid voelen - Jaap van Duijn spreekt over ‘…morele leiders die zich boven de eigen besognes weten te verheffen’ - en die vanuit hun eigen kracht en overtuiging duurzame beweging in gang zetten. Want we zijn simpelweg too big to fail.
We nodigen je uit met ons in gesprek te gaan, of liever nog, op pad te gaan naar een duurzame toekomst. Neem daarvoor contact op met Gerben, of met mijzelf. Je kunt ook het contactformulier op de site invullen.